Nieuws

Op Facebook zijn alle dagwinnaars van de White Pumpkin Hunt al bekend gemaakt, we hebben tien mensen onwijs blij gemaakt met een goed gevulde goodiebag. Fantastisch om te zien. 

Maar nu is het ook zover voor de rest, alle foto’s zijn bekeken, de huizen beoordeeld en de verhalen gelezen. In dit artikel maken we de 4 (of zijn het er misschien wel meer…) winnaars bekend. We zullen jullie niet langer in spanning houden:

Allereerst proficiat Els Jansen-De Rouw! Dankzij jouw inspanningen op Facebook mag je dit heerlijke pakket op komen halen bij Moonen Schoenen:

Als tweede categorie gaan we voor het mooist versierde huis. We hebben super leuke inzendingen gehad, Halloween leeft echt in Rosmalen! Super leuk om te zien. Het was daarom ook wel erg lastig om een winnaar te kiezen. Van harte gefeliciteerd… Jeroen Yomulraz! Het huis is zoals je hieronder kunt zien prachtig versierd en daarnaast waren er ook nog hele gave licht- en geluidseffecten aanwezig. Jeroen, jouw goodiebag staat klaar bij Moonen Schoenen. 

     

De derde gelukkige winnaar is.. heksje Lieve! Mama Maartje van Bracht mag ook zo’n fantastische goodiebag op komen halen bij Moonen Schoenen. Haar outfit is prachtig, en waar wij al gaan bibberen bij het idee om zo’n grote spin vast te houden draait Lieve daar haar hand niet voor om ;-). 

De laatste categorie is de schrijfwedstrijd. Dat was ook wel een hele lastige hoor! We hebben uiteindelijk besloten om de inzendingen in leeftijdscategoriën te verdelen en niet één maar twee winnaars te kiezen. De jury bestond uit Margot Osse, eigenaresse van boekhandel de omslag, Sylvia Böcker, voorzitter centrum management Rosmalen, en mij! Content manager bij BeleefRosmalen.nl. 

Voor zowel Hilde Venemans (10 jr.) als Loes Hazenberg ( 16 jr.) ligt er vanaf zaterdag een mooie boekenbon klaar bij Boekhandel De Omslag. Hier volgen de verhalen, veel leesplezier!

Het verhaal ‘Halloween’ van Hilde Venemans:

´´Ik keek om me heen. Ik knikte naar mijn vriend: “Durf je?” In plaats van antwoord te geven sloop hij dichterbij. Hij was bijna bij de deur. Nu kan er niets meer mis gaan, dacht ik. Maar mijn vriend dacht er anders over. Hij kreeg gelijk.

Achter ons hoorden we voetstappen. Het leek een uur te duren, maar het was maar vijf seconden. Bonk, bonk, bonk, bonk, bonk. Toen was het stil. Haalden ze een goede Halloweengrap met ons uit? Of was het echt? Deze seconden onthoud ik mijn hele leven. Finn, mijn vriend zei: “Wat sta je te dromen? Als we hier levend uit willen komen, zullen we moeten vechten.” “Okay, okay,” zei ik “maar waarom vechten?” “Hallo, weet je wel van die voetstappen en dat we naar de deur toe slopen?” Ja, heb ik nou serieus lopen dromen? Maakt niets uit. Achter ons hoorden we een tik en nog een tik. Ik draaide me met een ruk om. Finn deed hetzelfde. Daar, op nog geen 2 meter afstand stond iets. Iets waanzinnigs, wat het precies was kon ik niet precies zien. Klik. Het licht floepte aan. Finn had het lichtknopje gevonden. Er stond een grote griezelige man. Hij zei: “Doe het licht uit, anders ga ik dood.” Finn zei: “Alleen als je ons geen kwaad doet.” Klik, het licht ging weer uit. De man zei: “Ik ben een vampier en iedereen is bang voor mij, behalve jullie. Ik wil graag vrienden maken, maar niemand wil mijn vriend zijn, omdat ik eng ben. Maar ik wil lief, aardig, slim en leuk zijn, net zoals jullie.” Finn: “Okay ik snap het.” En toen gaven we elkaar alle drie een knuffel. En ik voelde de tanden in mijn hals……´´

 

Het verhaal van Loes Hazenberg:

´´Het belletje dat boven de winkeldeur hangt is al een tijdje stil. Er zijn twee mensen in de winkel. Een jonge vrouw en een oude man. Ze kwamen net na elkaar binnen en zijn al anderhalf uur aan het rondkijken. Het is vandaag rustig. Ik lees een boek en kan hem maar niet wegleggen. Eigenlijk heb ik geluk dat het zo rustig is. Zo kan ik ongestoord Fright Night van Maren Stoffels lezen. 

Iedereen is zich aan het klaar maken voor Halloween. Vanochtend op weg naar de winkel zag ik een paar hele mooie tuinen met pompoenen, spoken, vogelverschrikkers en verschillende kleuren ledverlichting.  

In mijn ooghoek zie ik de man een gang inslaan. De literatuurgang in. Ook de vrouw zie ik bij een rek staan. Ze staat bij de thrillers en heeft een van mijn favoriete boeken in haar handen. Ze kijkt in mijn richting en vriendelijk knik ik een keer voordat ik mij weer verdiep in mijn boek.   

Het is bijna half zes. Ik heb het afgelopen half uur niets meer vernomen van de twee klanten. Het is akelig stil geworden. Ik hoor geen geschuifel van voeten. Geen kuchjes of gelach. Geen boeken die worden teruggezet of iemand die per ongeluk tegen een kastje aanloopt. Niets. Helemaal niets. Ik roep een keer. En nog een keer, maar zonder resultaat. Zouden ze weg zijn? Zat ik zo diep in mijn boek? Ik ga het afgelopen halfuur na in mijn hoofd. Ik heb niemand horen binnenkomen en niemand horen weggaan, maar ik kan mij ook niet herinneren dat er al een half uur voorbij is. Pas als ik iets hoor vallen schrik ik op uit gedachten. ‘Hallo?’. Niets. Weer die stilte. Roerloos blijf ik op mijn stoel zitten en ga mijn opties na. Ik kan gaan kijken of er nog iemand is óf ik kies ervoor om de winkel af te sluiten. De lichtknop zit naast de deur en de sleutels heb ik hier voorin de winkel liggen. Iets in mij zegt dat ik zo snel mogelijk uit de winkel moet zien te komen. Nee, ik kan niet weggaan zonder er zeker van te zijn dat er niemand meer is. Het kan zijn dat zij ook zijn gaan lezen en mij niet eens hebben horen roepen. Dat verklaart alleen het vallende voorwerp nog niet. Goed. We gaan de winkel in. Hoe erg kan het zijn? Ik heb te veel horrorfilms gekeken is mijn conclusie. Er is hier niets engs of raars. Het is gewoon een behoorlijk grote boekenwinkel waar hier en daar een keer iets valt. En mensen vermist raken? Ik lach in mijzelf.   

De literatuurgang is stil. Ook bij de thrillers is niemand te bekennen. Tot ik rechtsachter in de gang een mensfiguur zie staan. Met een bonkend hart loop ik ernaartoe. Stap voor stap met mijn handen paraat om mezelf te verdedigen. Naarmate ik dichterbij kom krijgt het figuur een duidelijkere vorm. Godver, denk ik bij mijzelf. Een Skelet, het is Halloween versiering. Ik vloek in mijzelf. Stom dat ik zo paranoïde was. Toch komt hij me niet bekend voor en kan ik mij niet herinneren dat hij hier vanochtend ook al stond. Ik loop verder door de gang. Aan het eind van de thrillers loopt een horizontaal pad. Daar eindigen alle voorste rijen met moderne boeken. Als ik nu verder loop, loop ik de gangen in met de oude boeken. De ‘Pareltjes’ zoals de eigenaar ze noemt. Ik besluit nog maar een keer te roepen. ‘Hallo, zijn hier nog mensen?’. Geen reactie! Ik probeer de angst onder controle te houden. ‘Er is niets. Het is Halloween, misschien zijn ze inderdaad al weg en zat jij gewoon zo diep in je boek dat je ze niet eens hebt horen weggaan.’  

Hierachter in de winkel is het kouder. Opmerkelijk kouder en het ruikt muf, en er is nog een geur. Een geur die ik niet kan thuisbrengen. Het stinkt. De stank lijkt dichterbij te komen. Het komt van achteruit de winkel en wordt steeds sterker. Steeds heftiger. Het geluid van voetstappen. Ze horen samen, de stank en de voetstappen. Het moet de oude man zijn. Mijn handen beginnen te trillen en mijn ademhaling wordt onregelmatig. Ik zit nu toch liever thuis met een kop thee terwijl ik een boek lees. Maar ik ben niet thuis. Ik sta hier in de winkel en ik weet niet wat ik moet doen. De voetstappen houden stil en de stank blijft hangen, maar komt niet dichterbij. Er staat iets recht voor me. En het blijkt dat ik gelijk heb. In de gang voor mij zie ik een soort schim staan. De eigenaar van de stank. Het lukt mij niet om me te bewegen. Alleen het trillen gaat door en ik krijg mijn ademhaling niet onder controle. ‘Hal- Hallo?’ 

Shít. Shít. Shít. Dat had ik niet moeten doen. De schim komt in beweging en loopt mijn kant op. Nee, het zweeft. Ik gil en ren door de thrillergang naar voren. Dan gaat het belletje van de deur en opgelucht ren ik ernaartoe. Het rennen gaat moeilijk en het voelt alsof ik door het zand ren. Tot mijn verbazing is er niemand bij de deur of voor in de winkel. Snel kijk ik naar buiten en zie de man weglopen waarnaar ik zocht. Alsof hij mijn ogen in zijn rug voelt, draait hij langzaam naar me om. Zijn ogen staan afwezig en vol schrik, zijn kleren zitten onder een donker vloeistof en langs zijn handen druipt bloed. Zonder geluid probeer ik zijn aandacht te trekken, maar hij kijkt naar de deur alsof hij een spook ziet. Op hetzelfde moment voel ik een ademhaling in mijn nek en kijk snel om. Ik schrik zo erg dat ik mijn evenwicht verlies en hard op de grond val. Ik spreid mijn ogen wijd open en ik wil gaan schreeuwen, maar er is niets. Geen stem. Geen geluid. Weer die stilte. Weer die stilte.´´

Volg je ons al op Facebook?